ECLI:NL:RBBRE:2012:BX1364
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslagen accijns en omzetbelasting voor ongebanderolleerde sigaretten
Belanghebbende werd geconfronteerd met naheffingsaanslagen accijns en omzetbelasting omdat hij ongebanderolleerde sigaretten in Nederland zou hebben verhandeld zonder hierover belasting af te dragen. Tijdens het strafrechtelijk onderzoek werden grote hoeveelheden sigaretten zonder accijnszegels aangetroffen in zijn woning. Belanghebbende gaf in verhoren aan dat hij deze sigaretten in consignatie had ontvangen en verkocht, maar betwistte de omvang van de verkoop.
De inspecteur baseerde de naheffingsaanslagen op een redelijke schatting van 600.000 sigaretten die belanghebbende tussen oktober 2005 en maart 2006 voorhanden had. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het werkelijke aantal sigaretten lager was dan door de inspecteur aangenomen. Ook het gebruik van strafrechtelijk verkregen bewijs voor de belastingheffing werd door de rechtbank geaccepteerd.
De rechtbank verwierp de bezwaren van belanghebbende, waaronder de stelling dat artikel 6 EVRM Pro de naheffing zou verbieden, en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de naheffingsaanslagen accijns en omzetbelasting wegens het voorhanden hebben en verhandelen van ongebanderolleerde sigaretten.