ECLI:NL:RBBRE:2012:BX4179

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
2 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
02/801309-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Prenger
  • Bakx
  • Pick
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14f SrArt. 27 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wijziging bijzondere voorwaarden en tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf

De rechtbank Breda behandelde de vordering van de officier van justitie tot wijziging van de bijzondere voorwaarden die waren opgelegd bij een voorwaardelijke gevangenisstraf van 120 dagen. Veroordeelde had zich niet gehouden aan de voorwaarde tot opname en behandeling in een dubbele-diagnosekliniek en wilde geen verdere klinische behandeling meer ondergaan.

De reclassering en behandelaars adviseerden een andere klinische setting met een hoger beveiligingsniveau, maar veroordeelde was niet gemotiveerd en ontvluchtte de kliniek meerdere keren. De rechtbank stelde vast dat voortzetting van de behandeling zinloos was omdat veroordeelde geen ziektebesef toonde en niet bereid was mee te werken.

Daarom wees de rechtbank de primaire vordering tot wijziging van de bijzondere voorwaarden af en besloot zij de subsidiaire vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf toe te wijzen. De proeftijd liep van 19 augustus 2011 tot 18 augustus 2013.

De uitspraak werd gedaan door mr. Prenger, mr. Bakx en mr. Pick op 2 augustus 2012.

Uitkomst: De rechtbank wijst de wijziging van de bijzondere voorwaarden af en gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van 120 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Parketnummer: 02/801309-10
Beslissing op de vordering tot wijziging bijzondere voorwaarden ex artikel 14f van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen
[Verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]
wonende te [adres verdachte], [woonplaats]
thans verblijvende [verblijfplaats]
heeft de officier van justitie de wijziging van de bijzondere voorwaarden gevorderd van een aan veroordeelde voorwaardelijk opgelegde straf. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.
1 De procedure.
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- het vonnis van de meervoudige strafkamer te Breda d.d. 29 juni 2011;
- de vordering van de officier van justitie d.d. 29 maart 2012;
- het rapport van Novadic-Kentron Breda d.d. 22 maart 2012;
- het proces-verbaal van de zitting d.d. 9 mei 2012;
- het proces-verbaal van verhoor van veroordeelde door de rechter-commissaris d.d. 16 mei 2012;
- de overige stukken;
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Daarbij heeft de officier van justitie aangegeven dat zij primair bij haar vordering tot wijziging van de voorwaarden blijft, maar dat zij subsidiair tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafdeel vordert.
Tevens is de veroordeelde gehoord, bijgestaan door haar raadsman mr. M.M. van Woensel, advocaat te ’s-Hertogenbosch.
2 De beoordeling.
Aan veroordeelde is bij voormeld vonnis een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 150 dagen, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr Pro, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden:
- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen haar te geven door of namens de afdeling reclassering van Novadic-Kentron;
- dat veroordeelde zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis zal melden bij deze reclasseringsinstelling;
- dat veroordeelde zich zal laten opnemen en behandelen in een inrichting ter verpleging, te weten een dubbele-diagnosekliniek als FPA De Mare of een soortgelijke instelling gedurende de termijn van twee jaar of zoveel korter als de leiding van de inrichting in overleg met de reclassering wenselijk acht.
Voormeld vonnis is onherroepelijk geworden op 19 augustus 2011. De proeftijd loopt van 19 augustus 2011 tot 18 augustus 2013.
Blijkens inlichtingen van Novadic-Kentron Breda d.d. 22 maart 2012 heeft veroordeelde zich niet volledig gehouden aan de bijzondere voorwaarde dat zij zich op zal laten nemen in een dubbeldiagnose kliniek, zoals FPA De Mare of een soortgelijke instelling. Veroordeelde is weliswaar bij FPA De Mare opgenomen, maar is reeds driemaal ontvlucht en teruggevallen in harddrugsgebruik. Zowel de reclassering als de behandelaar zijn van mening dat een andere klinische setting met meer beveiliging noodzakelijk is voor betrokkene.
De heer [naam psychiater], psychiater van FPA De Mare, adviseert een behandelsetting voor veroordeelde waar het behandeltempo lager ligt, er meer tijd genomen wordt voor de resocialisatiefase en het beveiligingsniveau hoger ligt dan bij FPA de Mare.
Vervolgens heeft Novadic-Kentron een herindicatie bij het IFZ aangevraagd. Op 10 februari 2012 werd een herindicatie afgegeven voor de long care afdeling van de Woenselse Poort, alwaar veroordeelde op dit moment reeds verblijft. De reclassering heeft geadviseerd als bijzondere voorwaarde te bepalen dat veroordeelde zich op zal laten nemen en zal laten behandelen in een inrichting ter verpleging, te weten de longcare afdeling van de FPK Woenselse Poort te Eindhoven, of een soortgelijke instelling.
Veroordeelde was het in eerste instantie eens met voornoemd advies van de reclassering, maar is hier later op teruggekomen. Zowel bij brief van 3 juni 2012 als ter zitting heeft zij uitdrukkelijk te kennen gegeven dat zij niet langer in een kliniek wil verblijven. De raadsman heeft aangegeven dat dit dient te worden opgevat als een verzoek ex artikel 14f lid 2 Wetboek van Strafrecht om de bijzondere voorwaarde van verblijf in een dubbele-diagnosekliniek of soortgelijke instelling op te heffen. Veroordeelde wil geen intramurale behandeling meer, zelfs wanneer dat een (gedeeltelijke) tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf tot gevolg zou hebben. Na het uitzitten daarvan gaat veroordeelde proberen het op eigen kracht te redden.
De rechtbank stelt voorop dat veroordeelde zich niet heeft gehouden aan de haar bij vonnis van 29 juni 2011 opgelegde bijzondere voorwaarde. Gelet op het standpunt van veroordeelde, inhoudende dat zij geen heil ziet in verdere klinische behandeling, moet de rechtbank helaas vaststellen dat voortzetting van deze behandeling zinloos is. Voor een succesvolle klinische behandeling is in de eerste plaats nodig dat er voldoende ziektebesef is en dat betrokkene gemotiveerd is om zich te laten behandelen, ook al levert dit de nodige strubbelingen op. Dat vergt wilskracht en doorzettingsvermogen. Veroordeelde ziet zelf blijkbaar niet in dat zij veel baat kan hebben bij deze behandeling. Nu veroordeelde binnen het in dit geval beschikbare juridische kader niet gedwongen kan worden om hieraan haar medewerking te verlenen, ziet de rechtbank geen andere mogelijkheid dan aan te sluiten bij de subsidiaire vordering van de officier van justitie. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat de vordering van de officier van justitie tot wijziging van de bijzondere voorwaarden dient te worden afgewezen, en dat de subsidiaire vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 120 dagen dient te worden toegewezen.
3 De beslissing.
De rechtbank wijst de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie d.d. 29 maart 2012 af. De rechtbank gelast dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 120 dagen, die bij vonnis d.d. 29 juni 2011 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02/801309-10, ten uitvoer zal worden gelegd.
Deze beslissing is gegeven door mr. Prenger, voorzitter, mr. Bakx en mr. Pick, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier Vermaat en is uitgesproken ter openbare zitting op
2 augustus 2012.