ECLI:NL:RBBRE:2012:BX4332
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wegingsfactor proceskostenvergoeding in bezwaar WOZ-zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de juiste wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding in een bezwaarprocedure tegen de WOZ-waarde van een woning centraal. Belanghebbende betwist de door de heffingsambtenaar toegepaste wegingsfactor van 0,25 en stelt dat deze factor 1 zou moeten zijn. De rechtbank onderzoekt het beleid van de gemeente Waalwijk dat de wegingsfactor baseert op de mate van waardevermindering en het soort bewijs, en concludeert dat dit beleid niet in overeenstemming is met de wettelijke grondslagen die bewerkelijkheid en complexiteit als maatstaf hanteren.
De rechtbank benadrukt dat een WOZ-zaak waarin de waarde in geschil is niet per definitie eenvoudig is en dat het percentage waardevermindering geen goede maatstaf is voor de werkbelasting. Op basis van de inhoud en motivering van het bezwaarschrift, de beoordeling van de waardebepalende factoren en de verlaging van de waarde, stelt de rechtbank vast dat een wegingsfactor van 1 passend is. Hierdoor wordt de proceskostenvergoeding verhoogd van €54,50 naar €218 voor de bezwaarfase.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van de kosten van de beroepsfase, vastgesteld op €218,50 met een wegingsfactor van 0,25, omdat in beroep alleen de hoogte van de kostenvergoeding aan de orde is. In totaal wordt belanghebbende een proceskostenvergoeding van €436,50 toegekend plus vergoeding van het griffierecht van €41. De uitspraak is gedaan door rechter C.A.F.M. Stassen en is openbaar uitgesproken op 28 juni 2012.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe en bepaalt dat de wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding 1 bedraagt, waardoor belanghebbende een hogere vergoeding ontvangt.