ECLI:NL:RBBRE:2012:BX5098
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Poerink
- Veldhuizen
- de Bruijn
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatige daad bij inkoop van vlees van verdoofd gecastreerde biggen door producent snacks
De Stichting Varkens in Nood en Stichting Dierenrecht stelden dat Ad van Geloven onrechtmatig handelt door vlees van verdoofd gecastreerde biggen in te kopen, omdat castratie een ernstige inbreuk op dierenwelzijn vormt en strijdig zou zijn met Europese en nationale regelgeving en maatschappelijke normen.
Ad van Geloven voerde verweer dat verdoofd castreren is toegestaan onder Europese richtlijnen en Nederlandse wetgeving, met een redelijk doel zoals het voorkomen van berengeur en agressief gedrag bij varkens. De rechtbank oordeelde dat Richtlijn 2008/120/EG en artikel 15 van Pro het Varkensbesluit het verdoofd castreren toestaan en dat er geen verbod is op deze praktijk.
De rechtbank stelde vast dat de Verklaring van Noordwijk maatschappelijk breed gedragen wordt en dat het verdoofd castreren niet als maatschappelijk onbetamelijk kan worden beschouwd. De vorderingen van de stichtingen werden afgewezen wegens het ontbreken van onrechtmatig handelen. De stichtingen waren wel ontvankelijk op grond van artikel 3:305a BW.
De vordering van Ad van Geloven tot vergoeding van proceskosten wegens vermeend misbruik van procesrecht werd eveneens afgewezen. De rechtbank veroordeelde de stichtingen in de proceskosten en wees de vordering van Ad van Geloven in reconventie af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de stichtingen af en bevestigt dat de inkoop van vlees van verdoofd gecastreerde biggen geen onrechtmatige daad oplevert.