ECLI:NL:RBBRE:2012:BX6336
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Louwerse
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens verjaring
Eiser vordert een verklaring voor recht dat hij sinds 16 juni 2003 volledig arbeidsongeschikt is en betaling van een uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Achmea verzet zich primair met een beroep op verjaring en stelt dat de uitkering terecht is beëindigd vanwege het niet nakomen van verplichtingen door eiser.
De rechtbank stelt vast dat Achmea tot 28 oktober 2003 een uitkering betaalde, maar dat de vordering daarna verjaard is. De verjaringstermijn van drie jaar vangt aan op het moment dat eiser bekend was met de opeisbaarheid van zijn vordering, wat volgens de rechtbank op 28 oktober 2003 het geval was. De rechtbank volgt de uitleg dat de bekendheid met opeisbaarheid ook toekomstige opeisbare vorderingen omvat die voortvloeien uit een bestaand, voortdurend risico.
Eiser voert aan dat Achmea onvoldoende onderzoek heeft gedaan en dat hij niet in staat was te reageren, maar deze stellingen worden onvoldoende onderbouwd geacht. De rechtbank oordeelt dat het beroep op redelijkheid en billijkheid faalt. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering is verjaard en wordt afgewezen.