ECLI:NL:RBBRE:2012:BX9152
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gebruikelijk loon en naheffingsaanslag loonheffingen bij directeur-grootaandeelhouder
Belanghebbende, een B.V., nam in 2005 geen gebruikelijk loon in aanmerking voor twee directeur-grootaandeelhouders, wat tijdens een boekenonderzoek in 2010 aan het licht kwam. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonheffingen op, gebaseerd op het verschil tussen het werkelijk genoten salaris en het wettelijk vastgestelde gebruikelijk loon.
Belanghebbende stelde dat zij toestemming had van de inspecteur om een lager gebruikelijk loon te hanteren, omdat de inspecteur niet had gereageerd op een verzoek daartoe. De rechtbank oordeelde echter dat het aan belanghebbende was om dit aannemelijk te maken en dat het uitblijven van een reactie niet als toestemming kon worden geïnterpreteerd. Tevens was onvoldoende bewijs geleverd dat het lagere loon noodzakelijk was voor de continuïteit van het bedrijf.
De inspecteur beriep zich op interne compensatie omdat de naheffing ten aanzien van één werknemer ten onrechte had plaatsgevonden, maar de naheffing voor de andere werknemer terecht was en diende te worden gebruteerd. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat zij de belasting en premie op de werknemer kon verhalen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de naheffingsaanslag.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag loonheffingen wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.