ECLI:NL:RBBRE:2012:BX9632
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bron van inkomen en aftrek levensonderhoud pleegkinderen in belastingaanslag
Belanghebbende had in zijn aangifte inkomstenbelasting 2008 uitgaven voor levensonderhoud opgevoerd voor kinderen in Suriname, die verzorging kregen van een alleenstaande moeder die de hulp was van zijn overleden moeder. Tevens had hij een negatief resultaat uit een werkzaamheid opgegeven. De inspecteur weigerde de aftrek van de uitgaven en erkende geen bron van inkomen uit de werkzaamheden.
De rechtbank oordeelde dat de activiteiten van belanghebbende geen bron van inkomen vormden, omdat over meerdere jaren geen positief resultaat was behaald en geen redelijke verwachting bestond dat dit zou veranderen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de inspecteur geen bewust standpunt had ingenomen over eerdere jaren.
Ten aanzien van de uitgaven voor levensonderhoud stelde de rechtbank dat de kinderen in Suriname niet als pleegkinderen konden worden aangemerkt, omdat zij niet bij belanghebbende wonen en de omstandigheden niet overeenkomen met de jurisprudentie. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat giften aan ANBI-instellingen niet gelijkgesteld kunnen worden met persoonlijke uitgaven voor levensonderhoud.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar gelastte de inspecteur het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden vanwege onterechte informatieverzoeken tijdens de bezwaarprocedure.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de inspecteur wordt gelast het griffierecht te vergoeden.