ECLI:NL:RBBRE:2012:BY0254
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing beschermingsbewind wegens onoplosbare problematiek en gebrek aan zelfinzicht
De rechtbank Breda behandelde het verzoek tot opheffing van het beschermingsbewind over de goederen van de rechthebbende, die sinds 1995 onder bewind stond vanwege geestelijke gezondheidsproblemen. Diverse professionele bewindvoerders hebben geprobeerd de belangen van de rechthebbende te behartigen, maar alle pogingen faalden door diens gebrek aan zelfinzicht en voortdurende weigering van medicatie.
De huidige bewindvoerder verzocht de kantonrechter om het bewind op te heffen, mede omdat de rechthebbende de GGZ-instelling had verlaten en de communicatie ernstig was verstoord. Zowel de vorige bewindvoerder als de GGZ-instelling bevestigden dat samenwerking onmogelijk was. De rechthebbende wenste zelf ook van het bewind af te komen en gaf aan zijn financiën weer zelfstandig te willen beheren.
De kantonrechter overwoog dat de huidige wetgeving onvoldoende mogelijkheden biedt om een psychiatrische patiënt tegen zijn wil te behandelen, waardoor het bewind niet effectief kon worden uitgevoerd. Gezien de onoplosbare situatie en het ontbreken van een wettelijke basis voor gedwongen behandeling, werd het bewind met ingang van 1 november 2012 opgeheven. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het beschermingsbewind wordt opgeheven met ingang van 1 november 2012 wegens onoplosbare problematiek en gebrek aan zelfinzicht.