ECLI:NL:RBBRE:2012:BY0424
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Schoonen
- Hinfelaar
- Scheij
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs seksueel misbruik minderjarige jongen
De rechtbank Breda behandelde de zaak van verdachte die werd verdacht van het plegen van seksuele handelingen met een jongen van twaalf jaar of jonger. De tenlastelegging betrof verkrachting en ontuchtige handelingen. De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege schendingen van de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik, en dat het bewijs onvoldoende was.
De rechtbank oordeelde dat er geen schending van de aanwijzing was die tot niet-ontvankelijkheid leidde. De verklaringen van het slachtoffer en zijn moeder waren echter afkomstig uit één bron, waardoor beïnvloeding niet kon worden uitgesloten. Het deskundigenrapport gaf contra-indicaties over de betrouwbaarheid van het slachtoffer. De verklaring van de neef van het slachtoffer was mogelijk beïnvloed door kennis van andere verklaringen. Het DNA-materiaal van verdachte op de kleding van het slachtoffer betrof geen sperma of speeksel en kon ook op een andere wijze zijn terechtgekomen.
Gezien deze omstandigheden vond de rechtbank het bewijs onvoldoende wettig en overtuigend om verdachte te veroordelen. Verdachte werd daarom vrijgesproken. De rechtbank benadrukte dat de vrijspraak niet betekent dat het slachtoffer niet waarheidsgetrouw heeft verklaard, maar dat het bewijs niet voldeed aan de hoge maatstaf. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering, die bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seksueel misbruik.