ECLI:NL:RBBRE:2012:BY0633
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffing loonbelasting en matiging boete wegens onvolledige loonadministratie
Belanghebbende dreef een uitzendbureau als eenmanszaak en leende personeel uit aan een opdrachtgever. Een strafrechtelijk onderzoek van het UWV toonde onvolledigheden in de loonadministratie, met name het ontbreken van identificatiedocumenten en afwijkingen tussen facturen en manurenlijsten.
De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen op over 2001-2003, inclusief een vergrijpboete en heffingsrente. Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen de aanslag en boete.
De rechtbank oordeelde dat de loonadministratie niet voldeed aan de wettelijke eisen, waardoor de naheffing terecht was. De bewijslast voor opzet lag bij de inspecteur, die slaagde in zijn bewijs. De boete werd echter gematigd van €19.454 naar €2.500 vanwege de gedeeltelijke naleving van verplichtingen, persoonlijke omstandigheden en de duur van de procedure.
De heffingsrente werd gehandhaafd omdat geen grieven daartegen waren aangevoerd. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de boete betrof en ongegrond voor de naheffing en heffingsrente.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt bevestigd, maar de opgelegde boete wordt gematigd tot €2.500.