ECLI:NL:RBBRE:2012:BY0697
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid informatiebeschikking en termijn voor verstrekking gevraagde belastinginformatie
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een informatiebeschikking van de inspecteur op grond van artikel 52a AWR, waarin hij werd verzocht om aanvullende gegevens over onder meer de financiering van een auto en bankafschriften. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur een redelijk heffingsbelang heeft bij de gevraagde informatie, gezien de onverklaarbare uitgave van een auto bij het lage inkomen van belanghebbende.
Belanghebbende stelde dat de informatieverzoeken disproportioneel waren en zijn privacy schonden. De rechtbank verwierp deze stellingen en benadrukte dat de belastingdienst wettelijk bevoegd is tot dergelijke informatieverzoeken en dat dit belang zwaarder weegt dan het privacybelang.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar stelde belanghebbende een termijn van twee maanden om alsnog aan de informatieverplichting te voldoen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de informatiebeschikking wordt ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt twee maanden om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken.