ECLI:NL:RBBRE:2012:BY0946
Rechtbank Breda
- Raadkamer
- Prenger- de Kwant
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot faillietverklaring na tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling
Gerekestreerde werd op 21 december 2010 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, die op 20 februari 2012 tussentijds werd beëindigd wegens niet-nakoming van verplichtingen. De rechtbank stelde vast dat er geen baten beschikbaar waren om vorderingen te voldoen. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch bekrachtigde dit vonnis op 1 mei 2012.
De rechtbank overwoog dat volgens artikel 18 Faillissementswet Pro (Fw) bij een nieuwe faillissementsaanvraag binnen drie jaar na opheffing wegens gebrek aan baten, de aanvrager moet aantonen dat er voldoende baten zijn om faillissementskosten te dekken. Artikel 350 lid 5 Fw Pro bepaalt dat bij tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming, de schuldenaar van rechtswege failliet is indien er baten zijn om vorderingen te voldoen.
De wetswijziging van 2008 voorkwam automatische faillissementen bij tussentijdse beëindiging zonder baten. De rechtbank past artikel 18 Fw Pro analoog toe en oordeelt dat verzoekster onvoldoende heeft aangetoond dat er voldoende baten zijn. Het feit dat gerekestreerde een belastingadministratiekantoor heeft opgericht is onvoldoende bewijs van inkomen. Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen wegens onvoldoende aantonen van baten.