ECLI:NL:RBBRE:2012:BY1119
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Waarde van extra tuingrond bij woning moet apart worden vastgesteld met waardedrukkend effect
Belanghebbende betwistte de WOZ-waarde van een perceel grond dat als extra tuingrond bij een woning wordt gebruikt maar eigendom is van zijn kinderen. De heffingsambtenaar had de tuingrond en woning gezamenlijk gewaardeerd alsof er één eigenaar was, wat leidde tot een hogere waarde van € 64.000. Belanghebbende stelde dat het perceel als afzonderlijk object moet worden gewaardeerd en dat de waarde lager moet zijn vanwege de beperkte gebruiksmogelijkheden en het waardedrukkend effect van de afhankelijkheid van de eigenaren van de woning.
De rechtbank stelde vast dat de tuingrond inderdaad een afzonderlijk object is en dat de gezamenlijke waardering niet correct is. De waarde moet los van de woning worden bepaald en de afhankelijke positie van belanghebbende ten opzichte van de eigenaren van de woning zorgt voor een waardedrukkend effect dat niet was meegenomen. Ook de beperkte bereikbaarheid van het perceel en het ontbreken van een recht van opstal werden meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar niet slaagde in de bewijslast voor de hogere waarde en stelde de waarde van het perceel vast op € 2.000. De aanslag onroerende-zaakbelastingen werd dienovereenkomstig verminderd en het betaalde griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het perceel grond wordt vastgesteld op € 2.000 en de aanslag onroerende-zaakbelastingen dienovereenkomstig verminderd.