ECLI:NL:RBBRE:2012:BY1479
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling overdrachtsbelasting voor natuurbegraafplaats wegens overheersende graffunctie
Belanghebbende heeft een perceel natuurterrein gekocht dat als natuurbegraafplaats wordt gebruikt en heeft vrijstelling van overdrachtsbelasting gevorderd op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel s, van de Wet belastingen van rechtsverkeer. De inspecteur heeft deze vrijstelling geweigerd en een naheffingsaanslag opgelegd.
De rechtbank stelt vast dat het perceel weliswaar een bos is en als natuurgrond wordt aangemerkt, maar dat de inrichting en het beheer vooral gericht zijn op de begraaffunctie. De aanwezigheid van herkenningstekens op de graven en de inrichting als begraafplaats prevaleren boven het behoud en de ontwikkeling van natuur en landschap, waardoor de vrijstelling niet van toepassing is.
Belanghebbende voerde tevens een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, stellende dat bij andere natuurbegraafplaatsen wel vrijstelling was verleend. De rechtbank oordeelt dat dit niet aannemelijk is gemaakt, mede omdat in de vergelijkbare gevallen de graffunctie minder overheersend is of de vrijstelling niet formeel is toegekend.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting.