ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2216
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Informatiebeschikking ten onrechte afgegeven wegens onvoldoende bewijs onwaarheid antwoorden belanghebbende
Belanghebbende werd geconfronteerd met een informatiebeschikking van de inspecteur op grond van artikel 52a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), omdat hij naar het oordeel van de inspecteur niet naar waarheid had geantwoord op vragen over buitenlandse banktegoeden in 2009.
De inspecteur baseerde zich onder meer op microfiches uit 1994 van de Kredietbank Luxemburg, waarin een naam voorkwam die mogelijk aan belanghebbende gerelateerd kon zijn. Belanghebbende ontkende echter het aanhouden van buitenlandse tegoeden in 2009 en betwistte de juistheid van de inspecteursveronderstellingen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs van de inspecteur onvoldoende was om aannemelijk te maken dat belanghebbende onwaarheid had gesproken. Het feit dat belanghebbende binnen het 'rekeningenproject' als 'ontkenner' werd aangemerkt, was onvoldoende zonder onherroepelijke rechterlijke beslissing. De informatiebeschikking werd daarom vernietigd en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De informatiebeschikking is vernietigd omdat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende de vragen niet naar waarheid heeft beantwoord.