ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2238
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.W. Schep
- W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en kwalificatie pontons als onroerende zaken in havengebied Vlissingen
De rechtbank Breda behandelde een geschil over de WOZ-waarde van twee grote terreinen in het haven- en industriegebied van Vlissingen, inclusief de vraag of pontons roerend of onroerend zijn. Belanghebbenden stelden dat de pontons roerend zijn, terwijl de heffingsambtenaar ze als onroerend kwalificeerde vanwege hun duurzame verbinding met de wal via een scharniermechanisme en lageringsysteem.
De rechtbank stelde vast dat de pontons drijven en in principe als roerende zaken (schepen) gelden, maar dat de specifieke constructie en bevestiging aan de wal leiden tot een duurzame vereniging met de grond, waardoor ze onroerend zijn. Dit oordeel werd ondersteund door constructietekeningen en de feitelijke situatie.
Verder ging het geschil over de waarde van de terreinen Fase 1 en Fase 2a. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met vergelijkbare grondtransacties en een taxatierapport, terwijl belanghebbenden een lagere waarde verdedigden op basis van de Rotterdamse grondwaardetabel en een eigen kapitalisatiefactor.
De rechtbank verwierp de toepassing van de Rotterdamse tabel en de door belanghebbenden voorgestelde kapitalisatiefactor, en vond de door de heffingsambtenaar gehanteerde waarde en onderbouwing aannemelijk en marktconform. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de kwalificatie van de pontons als onroerende zaken wordt ongegrond verklaard.