ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2246
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek benoeming testamentair bewindvoerder onder opschortende voorwaarde
De rechtbank Breda behandelde een verzoek tot benoeming van een opvolgend testamentair bewindvoerder over een erfdeel dat onder bewind was gesteld door de erflaatster. De erflaatster had bij testament een bewindvoerder benoemd en daarnaast twee opvolgers aangewezen voor het geval van ontstentenis of defungeren van de eerste bewindvoerder. De aangewezen opvolgers hadden echter aangegeven de functie niet te willen aanvaarden, tenzij een derde persoon, de dochter van de bewindvoerder, werd benoemd.
Verzoekers verzochten de kantonrechter om deze derde persoon nu al te benoemen als opvolgend bewindvoerder onder de opschortende voorwaarde dat zij pas in functie treedt bij defungeren van de huidige bewindvoerder. De rechtbank overwoog dat artikel 4:157 lid 1 BW Pro niet voorziet in een dergelijke benoeming onder opschortende voorwaarde en dat de huidige bewindvoerder nog niet is defungeerd of heeft aangegeven zijn functie neer te leggen.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek niet voldoet aan de wettelijke vereisten en wees het verzoek af. De beschikking is gegeven door mr. A.G.M.H. Bennenbroek en uitgesproken op 11 oktober 2012. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot benoeming van een opvolgend testamentair bewindvoerder onder opschortende voorwaarde wordt afgewezen.