ECLI:NL:RBBRE:2012:BY4542
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag loonbelasting prostituees vernietigd wegens ontbreken dienstbetrekking
Belanghebbende exploiteerde twee privéhuizen waar prostituees werkzaam waren. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag loonbelasting op over de jaren 2006 tot en met 2008, stellende dat er sprake was van dienstbetrekkingen tussen belanghebbende en de prostituees. De rechtbank oordeelt dat voor het bestaan van een dienstbetrekking vereist is dat de prostituees verplicht waren persoonlijk werkzaamheden te verrichten, dat er loonbetaling plaatsvond en dat er een gezagsverhouding bestond.
De rechtbank stelt vast dat de aanwezigheid van bonnen over kamerverhuur en de verdeling van betalingen tussen belanghebbende en prostituees onvoldoende bewijs vormen voor het bestaan van dienstbetrekkingen. Ook het politierapport en getuigenverklaringen uit 2008/2009 zijn niet relevant voor de jaren 2006-2008 en bieden onvoldoende aanknopingspunten. Belanghebbende heeft aannemelijk gemaakt dat op het adres ook een kamerverhuurbedrijf werd geëxploiteerd en dat niet alle bewoners prostituees waren.
De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Daarnaast is twijfel gerezen over de juistheid van het controlerapport, mede door onduidelijkheid over de administratie. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de naheffingsaanslag en boetebeschikking en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting en boete worden vernietigd wegens ontbreken van dienstbetrekkingen tussen belanghebbende en prostituees.