ECLI:NL:RBBRE:2012:BY4545
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting privéhuizen wegens onvoldoende bewijs toerekening omzet prostituees
Belanghebbende exploiteert twee privéhuizen waar prostituees diensten verlenen aan klanten. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag omzetbelasting en een boete op wegens vermeende onjuiste aangifte over de jaren 2005 tot en met 2008. De inspecteur baseerde de aanslag op een controlerapport dat uitging van volledige toerekening van de omzet van prostituees aan belanghebbende.
Tijdens het onderzoek bleek dat belanghebbende ook kamers verhuurt en dranken verkoopt, wat niet correct in de aanslag was verwerkt. Daarnaast was er twijfel over de volledigheid en juistheid van de gebruikte administratie, mede doordat de inspecteur niet kon verklaren waarom bepaalde stukken niet waren overgelegd. Getuigenverklaringen en tapgesprekken uit 2008/2009 boden onvoldoende bewijs voor het aannemen van uitsluitend rechtsbetrekkingen tussen belanghebbende en klanten.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de omzet van de prostituees aan belanghebbende moet worden toegerekend. De naheffingsaanslag en boete werden vernietigd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende.
De uitspraak benadrukt het belang van een gedegen bewijsvoering bij naheffingsaanslagen in de prostitutiebranche, waarbij de rechtsverhoudingen tussen klanten, prostituees en exploitant zorgvuldig moeten worden vastgesteld.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting en boete worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van toerekening van de omzet van prostituees aan belanghebbende.