ECLI:NL:RBBRE:2012:BY4683
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Poerink
- Rechtspraak.nl
Berekening toekomstige inkomensschade na verkeersongeval met discussie over salarisstijging en overwerk
Eiser heeft in 1996 een ernstig auto-ongeluk gehad waarbij hij een post-whiplashsyndroom opliep. ZLM erkent aansprakelijkheid en betaalde reeds een schadevergoeding. Het geschil betreft de berekening van het toekomstig verlies aan verdienvermogen, met name de vraag of een jaarlijkse salarisstijging van 3,8% moet worden meegenomen en of overwerk tot de pensioengerechtigde leeftijd moet worden vergoed.
De rechtbank oordeelt dat de salarisontwikkeling van een oud-collega niet als betere voorspeller geldt dan het feitelijke loonverloop van eiser zelf, dat een gemiddelde stijging van circa 3% per jaar vertoonde. Daarom wordt de hogere stijging van 3,8% afgewezen. Wel wordt vastgesteld dat eiser, ongeacht het ongeval, overwerk tot zijn 65e zou hebben verricht, wat ZLM niet betwistte.
Verder oordeelt de rechtbank dat ZLM ten onrechte een netto vergoeding van €82 per maand als voordeel heeft meegeteld in de schadeberekening. Ten aanzien van de Audalet-berekening stelt de rechtbank dat de salarisstijging die een inflatiecorrectie betreft niet dubbel mag worden meegenomen, omdat deze reeds in de kapitalisatiefactor is verwerkt. De rechtbank veroordeelt ZLM tot het maken van een nieuwe berekening volgens deze uitgangspunten en compenseert de proceskosten.
Uitkomst: ZLM wordt veroordeeld tot een nieuwe berekening van de toekomstige inkomensschade met inachtneming van overwerk tot 65 jaar en zonder dubbeltelling van salarisstijging.