ECLI:NL:RBBRE:2012:BY4922

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
25 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
741188 ov 12-4327
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:386 BWArt. 1:354 BWArt. 1:359 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek curator tot beëindiging jaarlijkse rekening en verantwoording

Op 29 augustus 2012 heeft de curator schriftelijk verzocht om niet meer jaarlijks rekening en verantwoording te hoeven afleggen aan de kantonrechter over de vermogensrechtelijke goederen van curandus. De kantonrechter heeft een mondelinge behandeling vastgesteld, waarvoor zowel curator als curandus zijn uitgenodigd. Tijdens de zitting op 23 oktober 2012 zijn beide partijen niet verschenen, ondanks de oproep.

Volgens artikel 1:386 jo Pro. 1:354 BW is de curator verplicht om alle gewenste inlichtingen te verstrekken en kan hij te allen tijde voor een zitting worden opgeroepen. Door niet te verschijnen en geen inlichtingen te verstrekken, heeft de curator niet aan deze verplichtingen voldaan. De kantonrechter benadrukt dat de curator als wettelijke taak heeft zorg te dragen voor een goede uitoefening van de belangen van curandus en jaarlijks rekening en verantwoording moet afleggen conform artikel 1:386 jo Pro. 1:359 BW.

De kantonrechter ziet geen bijzondere omstandigheden die het verzoek rechtvaardigen om af te wijken van de jaarlijkse verantwoording. Tevens wordt opgemerkt dat het niet voldoen aan deze verplichting kan leiden tot ontslag van de curator. Daarom wordt het verzoek afgewezen en blijft de verplichting tot jaarlijkse rekening en verantwoording in stand.

Uitkomst: Het verzoek van de curator om niet meer jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen wordt afgewezen en de verplichting blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector kanton
Locatie Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 741188 OV VERZ 12-4327
beschikking d.d. 25 oktober 2012
1. Het verzoek en de beoordeling
1.1 De kantonrechter heeft kennis genomen van een op 29 augustus 2012 door de griffie ontvangen schriftelijk verzoek van [curator], hierna te noemen ‘curator’, om niet meer jaarlijks rekening en verantwoording aan de kantonrechter af te leggen inzake de vermogensrechtelijke goederen van [curandes], hierna te noemen ‘curandus’.
1.2 Op 31 augustus 2012 is aan curator schriftelijk medegedeeld dat de verplichting jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen aan de kantonrechter in stand blijft. Vervolgens is ter griffie op 3 september 2012 een brief ontvangen waarin curator nogmaals heeft verzocht om niet jaarlijks rekening en verantwoording te hoeven in te dienen en waarbij hij tevens een mondelinge behandeling vraagt teneinde zijn verzoek toe lichten. Hierop is een mondelinge behandeling bepaald, waar zowel curator als curandus voor zijn uitgenodigd. Bij brief van
5 oktober 2012 heeft curator te kennen gegeven niet ter zitting aanwezig te zullen zijn, vanwege de hoge (reis)kosten die dit met zich brengt. Vervolgens is door de griffier een brief verzonden dat - gelet op het verzoek van curator - zijn aanwezigheid ter zitting noodzakelijk wordt geacht en de zitting derhalve doorgang zal vinden, waarna curator telefonisch te kennen heeft gegeven niet ter zitting aanwezig te zullen zijn.
1.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2012, tijdens welke zitting curator en curandus - hoewel behoorlijk opgeroepen - niet zijn verschenen. De kantonrechter kan ingevolge artikel 1:386 BW Pro jo. 1:354 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ten allen tijde de curator voor oproepen voor een zitting en de curator is verplicht alle gewenste inlichten te verstrekken. Door curator is hier niet aan voldaan door niet ter zitting te verschijnen en de kantonrechter niet te voorzien van de benodigde inlichten.
1.4 De curator heeft als wettelijke taak zorg te dragen voor een goede uitoefening van de vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen van curandus en dient daarbij jaarlijks aan de verplichting - zoals vermeld in artikel 1:386 jo Pro. 1:359 BW - van het indienen van de rekening en verantwoording te voldoen. De kantonrechter acht geen bijzonderheden aanwezig om vast te stellen dat er niet meer jaarlijks aan de verplichting om rekening en verantwoording af te leggen behoeft te worden voldaan. Daarbij merkt de kantonrechter op dat indien niet aan de verplichting wordt voldaan dit een reden kan zijn om tot ontslag van de curator over te gaan.
1.5 Gelet op de het bovenstaande zal het verzoek worden afgewezen.
2. De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek af;
bepaalt dat het jaarlijks indienen van de rekening en verantwoording door de curator in stand blijft.
Deze beschikking is gegeven op mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en door deze en de griffier ondertekend.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een procureur worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.