ECLI:NL:RBBRE:2012:BY5915
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Beukers-van Dooren
- Peeters
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak belastingambtenaar voor leidinggeven onjuiste aangiften en omkoping, veroordeling voor bezit LSD
De rechtbank Breda behandelde de zaak tegen verdachte, een belastingambtenaar, die werd verdacht van feitelijk leidinggeven aan onjuiste aangiften omzetbelasting, oplichting, medeplichtigheid, het vervalsen van facturen en omkoping in de periode 2002-2005. De verdenking was hoofdzakelijk gebaseerd op de verklaring van een medeverdachte. De verdediging voerde aan dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was en dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden vanwege overschrijding van de redelijke termijn en ongelijke behandeling.
De rechtbank oordeelde dat de verdenking onvoldoende was onderbouwd en dat de verklaring van de medeverdachte niet overtuigend was. Er was geen direct belastend bewijs en alternatieve scenario’s waren onvoldoende onderzocht. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de feiten met betrekking tot belastingfraude, omkoping en vervalsing van facturen.
Wel werd vastgesteld dat verdachte opzettelijk in bezit was van 30 eenheden LSD, aangetroffen tijdens een doorzoeking in december 2005. De verklaring van verdachte hierover werd ongeloofwaardig bevonden. Voor dit feit werd verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 17 dagen, gelijk aan het voorarrest, mede vanwege een overschrijding van de redelijke termijn.
Daarnaast werd de teruggave van inbeslaggenomen administratie aan de rechthebbende gelast. De rechtbank verwierp het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en verklaarde de dagvaarding geldig en het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van belastingfraude en omkoping, maar veroordeeld tot 17 dagen gevangenisstraf voor bezit van LSD.