ECLI:NL:RBBRE:2012:BY8453
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering verhuurde onroerende zaken in box 3 en afwijzing beroep op vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende, eigenaar van meerdere verhuurde panden, betwist de door de inspecteur vastgestelde waardering van deze onroerende zaken in het kader van de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2005.
De rechtbank overweegt dat de inspecteur de waarde van de panden op de peildatum 1 januari 2004 aannemelijk heeft gemaakt aan de hand van taxatierapporten van een Belastingdienst-taxateur. Belanghebbende stelde dat de huurwaardekapitalisatiemethode toegepast moest worden, wat tot een lagere waardering zou leiden, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel, gebaseerd op een in 2001 gemaakte afspraak en eerdere procedures, wordt verworpen.
Verder is het beroep op het gelijkheidsbeginsel afgewezen omdat belanghebbende niet heeft aangetoond dat de inspecteur andere belastingplichtigen onjuist zou hebben bevoordeeld door lagere waarderingen toe te passen. De rechtbank concludeert dat de inspecteur de juiste waardes heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de waardering van verhuurde onroerende zaken en de heffingsrente wordt ongegrond verklaard.