ECLI:NL:RBBRE:2012:BY9148
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over uitgekeerd voordeel aan bestuurder van stichting
Belanghebbende en een medebestuurder vormden samen het bestuur van een stichting die panden aankocht met een lening en borgstelling van derden. De stichting verkocht in 2008 de panden en keerde de winst uit aan de bestuurders. Belanghebbende stelde dat het voordeel een onbelaste vermogenstransactie was, terwijl de inspecteur dit als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden aanmerkte.
De rechtbank stelde vast dat de stichting een reële functie had en economisch en juridisch eigenaar was van de panden, niet de bestuurders. Het voorkeursrecht van koop dat aan de bestuurders was verleend, gaf hen alleen een kans op voordeel, maar niet de economische eigendom. Het voordeel werd dan ook genoten in de hoedanigheid van bestuurder.
De rechtbank verwierp het standpunt dat het voordeel al in 2000 was genoten en oordeelde dat het voordeel pas in 2008 bij verkoop gerealiseerd werd. Daarom was de belastingheffing in 2008 terecht. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de belastingheffing over het uitgekeerde voordeel in 2008.