ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ2780
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling aan vroegere cliënte niet aftrekbaar als ondernemingskosten
Belanghebbende, een advocaat, heeft in 2005 een bedrag van €53.280 betaald aan een vroegere cliënte met wie hij een seksuele relatie had. Hij bracht deze betaling in als onderhoudsverplichting en later als ondernemingskosten in zijn aangifte inkomstenbelasting. De inspecteur corrigeerde dit en handhaafde de aanslag.
De rechtbank verwijst naar eerdere procedures over een soortgelijke betaling in 2003, waarbij werd geoordeeld dat dergelijke betalingen voortkomen uit de privésfeer en geen zakelijke kosten zijn. Belanghebbende stelde dat de betaling in 2005 het gevolg was van afpersing en daarom als ondernemingskosten moest worden gezien, maar de rechtbank oordeelt dat ook deze betaling voortvloeit uit de seksuele relatie en dus privé is.
Verder stelde belanghebbende dat de heffingsrente verminderd moest worden wegens te late uitspraak op bezwaar, maar de rechtbank vond dat de inspecteur voldoende voortvarendheid betrachtte. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de betaling aan de cliënte privé is en niet als ondernemingskosten aftrekbaar.