ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ2843
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzuimboete wegens niet tijdig doen van belastingaangifte
Belanghebbende, een ondernemer, kreeg een verzuimboete opgelegd omdat hij zijn aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2010 niet tijdig had ingediend. Na ontvangst van de uitnodiging en het verlenen van uitstel tot 1 september 2011, ontving belanghebbende een herinnering en later een aanmaning met een uiterste indieningstermijn van 12 december 2011. Hoewel belanghebbende stelde dat hij pas half november 2011 over de juiste inlogcodes beschikte, had hij na ontvangst van deze codes voldoende tijd om binnen de gestelde termijn aangifte te doen.
Belanghebbende voerde aan dat hij vanwege werkdruk en de complexiteit van zijn inkomen uit overige werkzaamheden pas in januari 2011 de aangifte kon verzorgen, en dat een ondernemer tot twee jaar na afloop van het boekjaar zijn cijfers mocht indienen. De rechtbank vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat de verzuimboete terecht was opgelegd. Er was geen sprake van afwezigheid van alle schuld (avas), aangezien de aanmaningstermijn op 12 december 2011 verliep en belanghebbende na ontvangst van de inlogcodes voldoende tijd had.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 28 september 2012 gedaan door rechter C.A.F.M. Stassen en griffier I.E. Rijsdijk-van Eerd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete wegens het niet tijdig doen van aangifte is ongegrond verklaard.