ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ3516
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek scholingsuitgaven wegens gebrek aan bewijs en opzet belanghebbende
Belanghebbende maakte aanspraak op aftrek van scholingsuitgaven voor het jaar 2006, waarbij betalingen door haar partner aan de zogenoemde California University werden opgevoerd. De rechtbank stelde vast dat hoewel betalingen per creditcard zijn gedaan en een certificaat is overgelegd, dit niet voldoende bewijs vormt dat de uitgaven direct samenhangen met het volgen van een opleiding of studie. De inspecteur betwistte de aard van de universiteit en wees op indicaties van een diploma mill.
De rechtbank overwoog dat de bewijslast voor de aftrek bij belanghebbende ligt en dat zij geen concreet, verifieerbaar bewijs heeft geleverd dat de uitgaven betrekking hadden op een leertraject. Ook het argument dat na verloop van tijd geen bewijs meer hoeft te worden geleverd, werd verworpen. Verder oordeelde de rechtbank dat sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, mede omdat de inspecteur pas na een boekenonderzoek aanvullende informatie verkreeg.
Ten aanzien van de vergrijpboete stelde de rechtbank vast dat belanghebbende en haar partner tegen beter weten in de betalingen als scholingsuitgaven hebben opgevoerd, terwijl zij wisten dat dit niet het geval was. Dit duidt op opzet, waardoor de boete van 50% passend is. De navorderingsaanslag en boete zijn derhalve terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en vergrijpboete zijn terecht opgelegd; het beroep wordt ongegrond verklaard.