ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ3531
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning per 1 januari 2011 in erfbelastingzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak bij de rechtbank Breda stond de vaststelling van de WOZ-waarde van een woning centraal, met het oog op de erfbelasting na het overlijden van de erflater op 23 maart 2012. De heffingsambtenaar had de waarde per 1 januari 2011 vastgesteld op €223.000, welke na bezwaar werd verlaagd tot €123.000. Tijdens de zitting bereikten partijen een compromis waarbij de waarde werd vastgesteld op €116.000.
Belanghebbenden verzochten tevens om vaststelling van de waarde per 1 januari 2013, relevant voor de erfbelasting, omdat de woning in juni 2012 was verkocht en de nieuwe eigenaren verbouwingen uitvoerden. De rechtbank oordeelde echter dat zij niet bevoegd was om de waarde op overlijdensdatum, 1 januari 2012 of 1 januari 2013 vast te stellen binnen deze procedure.
De rechtbank verwees naar artikel 21 van Pro de Successiewet, waarin is geregeld dat op verzoek van belastingplichtigen kan worden uitgegaan van de WOZ-waarde van het kalenderjaar volgend op het overlijden. Indien hierover verschil van mening bestaat, kunnen belanghebbenden dit aan de rechter voorleggen via een aparte procedure. De rechtbank wees het verzoek om waardebepaling buiten de waardepeildatum 1 januari 2011 af en verklaarde het beroep gegrond voor de vastgestelde waarde van €116.000.
De aanslag onroerende-zaakbelastingen werd dienovereenkomstig verminderd en het betaalde griffierecht werd aan belanghebbenden vergoed. De uitspraak werd op 14 december 2012 gedaan door rechter W.A.P. van Roij en griffier L. Arts, en is aan partijen verzonden op 17 december 2012.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning per 1 januari 2011 is vastgesteld op €116.000 en de aanslag onroerende-zaakbelastingen dienovereenkomstig verminderd.