ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ3655
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingplicht en woonplaats bij geschil over inkomstenbelasting 2007
Belanghebbende was in 2007 ingeschreven in Nederland en stelde in beroep dat hij feitelijk in Bulgarije woonde. Hij had het aangiftebiljet niet tijdig ingediend, waardoor de bewijslast omkeerde. De rechtbank stelde vast dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat hij niet in Nederland woonde en dat hij niet aantoonde dat hij volgens Bulgaarse wetgeving aldaar belastingplichtig was.
De rechtbank beoordeelde diverse bewijsstukken, waaronder verklaringen, huurcontracten en facturen, maar vond deze onvoldoende om het middelpunt van levensbelangen van belanghebbende in Bulgarije aan te nemen. De aanwezigheid van een woning, bankrekeningen en een in Nederland geregistreerde auto, evenals zijn betrokkenheid bij Nederlandse vennootschappen, wezen op een woonplaats in Nederland.
De aanslag was gebaseerd op een geschat inkomen van €120.000, inclusief een managementvergoeding die via een Bulgaarse vennootschap werd betaald maar aan belanghebbende werd toegerekend. De rechtbank achtte de aanslag niet te hoog en bevestigde de opgelegde verzuimboete wegens het te laat indienen van de aangifte.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter Beukers-van Dooren op 18 december 2012.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2007 wordt ongegrond verklaard omdat hij in Nederland woonde en belastingplichtig was.