ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ7973
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens parkeren op openbare weg
Belanghebbende was houder van een motorrijtuig waarvan het kentekenbewijs was geschorst van 9 april 2011 tot 6 april 2012. Tijdens deze periode werd het voertuig geparkeerd op een parkeerplaats die volgens de inspecteur als een openbare weg in de zin van artikel 5 van Pro de Wet MRB moet worden beschouwd. De inspecteur legde een naheffingsaanslag en een boete op wegens het gebruik van het voertuig tijdens de schorsing.
Belanghebbende voerde aan dat de parkeerplaats privé-eigendom was en voorzien van een bord met een verbod tot toegang, waardoor geen sprake zou zijn van een openbare weg. De rechtbank oordeelde echter dat het terrein feitelijk openstond voor het openbaar verkeer, omdat er geen belemmeringen waren om het terrein te betreden en de eigenaar het gebruik door het algemeen verkeer niet feitelijk tegenhield.
De rechtbank stelde vast dat de parkeerplaats als een weg in de zin van de Wet MRB moet worden aangemerkt, waardoor de schorsingsregeling niet van toepassing was en de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Daarnaast werd de opgelegde verzuimboete van 100% bevestigd, omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hem geen verwijt kon worden gemaakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en boete motorrijtuigenbelasting is ongegrond verklaard.