ECLI:NL:RBBRE:2012:CA1935
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.A.P. van Roij
- D. Hund
- J.W.J. Huige
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over verduisterde gelden statutair bestuurder afgewezen beroep
Belanghebbende was statutair bestuurder van [X BV] en heeft tussen januari 2005 en juni 2006 ruim € 1,8 miljoen van de bankrekeningen van stichtingen via [X BV] naar zijn eigen rekening overgemaakt. Hij is strafrechtelijk veroordeeld voor verduistering van deze gelden. De inspecteur heeft een tijdsevenredig deel van € 800.000 aan het jaar 2006 toegerekend en dit bedrag als resultaat uit overige werkzaamheden belast.
Belanghebbende stelde dat het om een lening ging en dat de verdeling over de jaren willekeurig was, maar de rechtbank wees dit af omdat de leningsovereenkomst door belanghebbende zelf was opgesteld en geen rechtskracht had. Ook oordeelde de rechtbank dat de verliezen op beursopties niet aftrekbaar waren omdat deze beleggingen privé waren gedaan.
Verder was er geen sprake van een in rechte te honoreren beroep op het vertrouwensbeginsel, ondanks een hoorgesprek waarin de inspecteur verwees naar het invorderingsbeleid. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de belastingaanslag over verduisterde gelden is ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.