Eiser verbleef ruim drie maanden in vreemdelingenbewaring en stelde dat zijn uitzetting naar Somalië niet binnen een redelijke termijn haalbaar was. Verweerder kon geen concrete datum of indicatie geven wanneer uitzetting zou plaatsvinden, mede door het beperkte aantal uitzettingen per maand en onduidelijkheid over de positie van eiser op de uitzettingslijst.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende inzicht had gegeven in het redelijk vooruitzicht op uitzetting. De beperkte capaciteit van maximaal twee uitzettingen per maand en het grote aantal kandidaten op de lijst maakten het onwaarschijnlijk dat eiser snel zou worden uitgezet. Ook de mogelijke voorrang wegens psychische klachten was onvoldoende concreet onderbouwd.
Daarom werd de bewaring vanaf 31 juli 2013 onrechtmatig geacht en opgeheven. Tevens werd een schadevergoeding van €80 toegekend voor de onrechtmatige bewaring en werden de proceskosten van €944 aan eiser toegewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.