ECLI:NL:RBDHA:2013:10336
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vervolgingsgevaar en Indiase nationaliteit
Eiser, geboren in Nepal uit Tibetaanse ouders, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vanwege vermeende vervolging in India wegens politieke en culturele activiteiten voor de Tibetaanse zaak. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij vervolging of een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM Pro zou ondergaan.
Tijdens de procedure stelde eiser dat hij niet de Indiase nationaliteit bezit en dat het gebruik van een niet-registertolk in het Tibetaans zijn belangen heeft geschaad. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van een niet-registertolk geoorloofd was gezien de schaarste aan Tibetaans tolken en dat eiser geen nadeel had ondervonden, mede omdat hij ook de Engelse taal beheerst.
De rechtbank vond dat verweerder terecht uitging van de Indiase nationaliteit van eiser, gelet op het door eiser overgelegde, als echt bevonden, Indiase paspoort en eerdere legale reizen met dit paspoort. Het zogenaamde 'groene boekje' van eiser werd niet als bewijs van Nepalese geboorte erkend.
Hoewel verweerder het asielrelaas geloofwaardig achtte, was de vrees voor vervolging onvoldoende zwaarwegend onderbouwd. Eiser had geen concrete aanwijzingen geleverd dat hij daadwerkelijk door de autoriteiten gezocht werd of dat bescherming onmogelijk was. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn aanvraag gegrond was en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat eiser vervolging vreest en hij de Indiase nationaliteit bezit.