ECLI:NL:RBDHA:2013:10337
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek opheffing ongewenstverklaring in het licht van de Terugkeerrichtlijn
Eiser, met de Sierraleoonse nationaliteit, is bij besluit van 31 augustus 2010 tot ongewenst vreemdeling verklaard. Hij verzocht om opheffing van deze verklaring wegens verslechterde medische situatie en zijn gezinsleven in Nederland, waaronder een Nederlandse dochter. Dit verzoek werd afgewezen, waarna eiser beroep instelde.
De rechtbank overwoog dat het bestreden besluit van 29 september 2011 is genomen na de implementatiedatum van de Terugkeerrichtlijn (24 december 2010). Hoewel de ongewenstverklaring zelf dateert van vóór deze datum, moet het verzoek tot opheffing worden beoordeeld aan de hand van de richtlijn. De rechtbank concludeerde dat eiser onder het toepassingsbereik van de richtlijn valt en dat het besluit met inachtneming van de waarborgen van de richtlijn is genomen.
De rechtbank liet nieuwe medische stukken en verklaringen die na het bestreden besluit dateren buiten beschouwing vanwege de ex tunc-toetsing. Ook oordeelde zij dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij Nederland heeft verlaten, wat een voorwaarde is voor opheffing van het inreisverbod. Daarnaast werd het beroep op artikel 8 EVRM Pro en artikel 20 VWEU Pro afgewezen, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die een andere beoordeling rechtvaardigen.
Ten slotte werd het betoog dat de hoorplicht in bezwaar zou zijn geschonden verworpen, omdat het horen van eiser niet noodzakelijk was gelet op de motivering van het besluit en de bezwaarschriften. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.