Uitspraak
Rechtbank Den Haag
Procesverloop
Overwegingen
De eventuele onjuistheid van het besluit waarvan wordt verzocht terug te komen, speelt naar het oordeel van de rechtbank geen rol bij de toets van de rechtbank aan artikel 4:6 van Pro de Awb.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een soldaat bij de Koninklijke Landmacht, voerde tot 1 februari 2011 een eigen huishouding en ontving op grond daarvan een verhoogde tegemoetkoming in reiskosten en voedingskosten. Na wijziging van zijn woonsituatie per 1 februari 2011, waarbij hij samenwoonde met zijn vader, werd deze tegemoetkoming verlaagd. Eiser verzocht met terugwerkende kracht om huur- en reiskostenvergoeding, maar dit werd door verweerder afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek van eiser moet worden gezien als een verzoek om terug te komen op een eerder besluit. Jurisprudentie stelt dat een bestuursorgaan alleen hoeft te herzien bij nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, wat hier niet is vastgesteld. De gewijzigde interpretatie van eiser over het begrip eigen huishouding en het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens vormen geen nieuwe feiten of omstandigheden.
Verder is vastgesteld dat het besluit waarbij de aanspraken van eiser werden gewijzigd, niet is aangevochten en daarmee rechtsgeldig is. Het nieuwe Verplaatsingskostenbesluit Defensie (VKBD) is van toepassing sinds 1 december 2012 en vervangt het VKBM, maar dit heeft geen invloed op de beoordeling van het verzoek. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot terugwerkende huur- en reiskostenvergoeding wordt afgewezen.