Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 25 februari 2013, met producties;
- het op 19 juni 2013 ingekomen verweerschrift, met producties.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, weduwe van de heer X, vordert in een deelgeschil dat de rechtbank bevestigt dat er causaal verband bestaat tussen het ontbreken van een blaasbel tijdens opname en het overlijden van haar echtgenoot. X had een hoge dwarslaesie en was na operaties in het ziekenhuis opgenomen, waar geen functionerende blaasbel aanwezig was ondanks uitdrukkelijk verzoek.
Het ziekenhuis erkent aansprakelijkheid voor het ontbreken van de blaasbel, maar betwist het causaal verband met het overlijden. De rechtbank constateert dat de relevante feiten, zoals het aantal reanimaties en de aard van de longontsteking, onvoldoende vaststaan. De medische stukken spreken elkaar deels tegen en deskundigenrapporten geven geen eenduidig beeld.
De rechtbank overweegt dat toepassing van de omkeringsregel niet mogelijk is zolang niet vaststaat dat het specifieke gevaar zich heeft verwezenlijkt. Nadere bewijsvoering, waaronder getuigenverhoren en deskundigenonderzoek, is noodzakelijk. Gezien de belangen en de complexiteit van de zaak wijst de rechtbank het verzoek af en begroot zij de kosten van het deelgeschil op € 2.936,--, die alleen vergoed worden indien later causaal verband wordt vastgesteld.
Uitkomst: Verzoek om bevestiging van causaal verband tussen ontbreken blaasbel en overlijden afgewezen wegens onvoldoende vaststaande feiten.