ECLI:NL:RBDHA:2013:10542
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter in zaak Bank Zonder Naam
De Belastingdienst voerde onderzoek uit in het kader van het project 'Bank Zonder Naam' naar buitenlandse bankrekeningen van Nederlandse belastingplichtigen. Verzoeker kreeg een informatiebeschikking opgelegd, waartegen bezwaar en vervolgens beroep werd ingesteld bij de rechtbank Den Haag. De behandeling van het beroepschrift stond gepland onder voorzitterschap van bestuursrechter mr. M.A. Dirks.
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Dirks wegens vermeende vooringenomenheid, omdat deze rechter eerder in soortgelijke zaken had beslist over dezelfde rechtsvragen en feiten. De wrakingskamer heeft dit verzoek behandeld, waarbij mr. Dirks schriftelijk reageerde en zich niet kon vinden in de beschuldigingen.
De wrakingskamer overwoog dat de enkele omstandigheid dat een rechter eerder in vergelijkbare zaken uitspraak heeft gedaan niet leidt tot een gegronde vrees voor vooringenomenheid. De rechter toetst elke zaak afzonderlijk en hanteert binnen zijn beoordelingsvrijheid een systematiek die niet gelijkstaat aan goedkeuring van de identificatiemethode van de Belastingdienst.
Daarom concludeerde de wrakingskamer dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvan bij verzoeker. Het wrakingsverzoek werd afgewezen en het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen bestuursrechter mr. M.A. Dirks is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.