ECLI:NL:RBDHA:2013:10604
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter in zaak Bank Zonder Naam
De Belastingdienst voerde onderzoek uit naar buitenlandse bankrekeningen van Nederlandse belastingplichtigen in het kader van het project 'Bank Zonder Naam'. Verzoekster kreeg een informatiebeschikking opgelegd en maakte bezwaar dat werd afgewezen. Vervolgens diende zij een beroepschrift in bij de rechtbank Den Haag, waar bestuursrechter mr. M.A. Dirks de zaak behandelde.
De gemachtigde van verzoekster vroeg mr. Dirks zich te verschonen en diende later een wrakingsverzoek in, stellende dat mr. Dirks mogelijk vooringenomen was omdat hij eerder uitspraken had gedaan in vergelijkbare zaken. De wrakingskamer behandelde het verzoek en concludeerde dat het enkele feit dat mr. Dirks eerder vergelijkbare zaken behandelde niet leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.
De wrakingskamer benadrukte dat mr. Dirks iedere zaak afzonderlijk toetste en geen goedkeuring gaf aan de identificatiemethode van de Belastingdienst. Er waren geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid of schijn daarvan. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. M.A. Dirks wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.