ECLI:NL:RBDHA:2013:10977
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling restitutie leges visumaanvraag Turkse onderdaan op grond van artikel 13 Besluit 1/80
Eiser, een Turkse onderdaan, vorderde restitutie van het volledige bedrag van €1.250 aan betaalde leges voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder had reeds €1.190 gerestitueerd en stelde dat het resterende bedrag van €60 terecht in rekening was gebracht. De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 13 van Pro het Besluit 1/80 geen sprake was van een onevenredig hogere legesheffing ten opzichte van gemeenschapsburgers. Hierbij werd de situatie van eiser vergeleken met de leges voor het verkrijgen van een verblijfsdocument volgens artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank betrok de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Sahin, C-242/06) bij de beoordeling en concludeerde dat de legesheffing voor de visumaanvraag niet in strijd was met artikel 13 van Pro het Besluit 1/80. Daarnaast werd overwogen dat verweerder de wettelijke rente had vergoed en dat het bezwaar van eiser kennelijk ongegrond was, zodat het horen in bezwaar kon worden achterwege gelaten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser werd niet gevolgd in zijn vordering tot volledige restitutie van de leges. Er werd geen aanleiding gezien om partijen in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de legesheffing van €60 bevestigd.