ECLI:NL:RBDHA:2013:11196
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang en ontvankelijkheid bij bezwaar tegen feitelijke uitzetting naar Guinee
Eiser is op 5 juni 2013 feitelijk uitgezet naar Guinee. Hij maakte bezwaar tegen deze uitzetting en verzocht om een voorlopige voorziening, welke werd afgewezen. Verweerder verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk, stellende dat eiser geen procesbelang meer had omdat hij reeds was uitgezet.
De rechtbank beoordeelde het procesbelang van eiser en stelde vast dat eiser wel degelijk belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep, omdat achteraf kan blijken dat de uitzetting onrechtmatig was, bijvoorbeeld door het ontbreken van geldige documenten. Dit kan leiden tot een vergoeding van schade en mogelijk een zorgplicht van de overheid voor terugkeer.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, aangezien dit alleen kan op grond van een limitatief opgesomd verzuim in artikel 6:6 Awb Pro, wat hier niet aan de orde was. Verweerder had het bezwaar inhoudelijk moeten beoordelen, met name de gronden omtrent de wijze van verstrekking en rechtsgeldigheid van het laissez-passer.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en proceskosten te vergoeden.