ECLI:NL:RBDHA:2013:11648
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom geurvoorschrift
Verzoekster, Abengoa Bioenergy Netherlands B.V., kreeg bij besluit van 6 augustus 2013 een last onder dwangsom opgelegd door het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland wegens het niet voldoen aan geurvoorschrift 2.14 van haar omgevingsvergunning. Dit voorschrift vereist dat onder normale bedrijfsomstandigheden geen geur waarneembaar mag zijn op geurgevoelige locaties.
Verzoekster betoogde dat de last onrechtmatig was omdat een eerdere last onder dwangsom van 2 november 2011 nog niet was uitgewerkt en dat het opleggen van een nieuwe herstelsanctie in strijd was met artikel 5:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tevens stelde zij dat de last onredelijk was en dat zij financieel zou worden geschaad.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de eerdere last van 2 november 2011 was uitgewerkt per 20 mei 2013, het moment waarop verzoekster moest voldoen aan voorschrift 2.14. Hierdoor stond het college vrij een nieuwe last op te leggen. De stelling van verzoekster dat artikel 5:6 Awb Pro werd geschonden, faalde. Ook was de last niet onredelijk of disproportioneel gelet op het aantal geurklachten en het niet aannemelijk maken van spoedige naleving.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit naar verwachting zonder onrechtmatigheid in stand zal blijven en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.