Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
eisende partij,
gemachtigde: mr. V. Dolderman,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. J.W. Kreumer.
1.Procedure
- de dagvaarding van 18 februari 2013;
- de conclusie van antwoord;
- de in het geding gebrachte producties.
Rechtbank Den Haag
Eiser vordert schadevergoeding van de Staat wegens onrechtmatig handelen door het registreren van een intrekking van zijn verblijfsvergunning in 1997, wat leidde tot inname van zijn vergunning, uitzetting en schade. Hij stelt dat de Staat aansprakelijk is voor materiële en immateriële schade, mede veroorzaakt door trage besluitvorming.
De Staat voert verweer en stelt dat de vordering verjaard is, omdat eiser al medio 2000 op de hoogte was van zijn schade en de vermeende aansprakelijke persoon. Eiser betwist dit en stelt dat de verjaring pas in 2010 is gaan lopen na een uitspraak van de rechtbank.
De kantonrechter oordeelt dat de verjaringstermijn van vijf jaar is gaan lopen medio 2000, omdat eiser toen al bekend was met de feiten en de schade. De uitspraak van 2010 verandert hier niets aan, aangezien juridische beoordeling niet vereist is voor het aanvangsmoment van de verjaring. Er is geen sprake van stuiting van de verjaring. Daarom is de vordering verjaard en wordt deze afgewezen.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens verjaring.