ECLI:NL:RBDHA:2013:11918

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 augustus 2013
Publicatiedatum
17 september 2013
Zaaknummer
13/20883 en 13/20882
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:84 AwbArt. 71 Vw 2000
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening medische behandeling na uitzetting in land van herkomst

Verzoekers, van Guinese nationaliteit, vroegen de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen zodat hun medische behandeling in Conakry daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Na uitzetting is verweerder, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, overeengekomen de kosten van behandeling tot drie maanden na uitzetting te vergoeden en afspraken gemaakt met een eerste kliniek waar verzoekers ook verbleven, maar zij zijn daar vertrokken. De reden van vertrek is onduidelijk en partijen verschillen van mening over de vrijwilligheid hiervan.

Tijdens de zitting is afgesproken dat verzoekers zich opnieuw tot deze eerste kliniek zouden wenden, maar zij werden aldaar niet opgenomen. Omdat de situatie ter plaatse niet objectief kan worden vastgesteld en verzoekers medische behandeling nodig hebben, besloot de voorzieningenrechter een ordemaatregel te treffen. Verzoekers mogen zich melden bij een alternatieve kliniek ([kliniek 2]) en de kosten van behandeling worden door verweerder vergoed.

Verweerder zal nader rapporteren over de situatie ter plaatse en de gevolgen voor de voorziening. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekers, begroot op €944 voor rechtsbijstand. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Verzoekers mogen zich melden bij een alternatieve kliniek voor medische behandeling en de kosten worden door verweerder vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Voorzieningenrechter

Team Vreemdelingenkamer
Zittingsplaats Arnhem
Registratienummers: AWB 13/20883 en 13/20882
Datum uitspraak: 16 augustus 2013

Uitspraak

Ingevolge artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 71 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)
inzake

[naam],

geboren op [geboortedatum],
v-nummer[nummer],
[naam]
geboren op [geboortedatum],
v-nummer[nummer],
van Guinese nationaliteit,
verzoekers,
gemachtigde mr. M.J.F. Stelling,
tegen

de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Immigratie- en Naturalisatiedienst,
verweerder.

Het procesverloop

Bij verzoekschrift van 12 augustus 2013 hebben verzoekers verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de geneeskundige verzorging in Conakry van verzoekers daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
Bij brief van 16 augustus 2013 hebben verzoekers verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zij zich ter behandeling kunnen laten opnemen in [kliniek 2].
Het verzoek is behandeld op de zitting van 14 augustus 2013. Verzoekers zijn aldaar verschenen, vertegenwoordigd door mr. M.J.F. Stelling. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W. Steenstra en mw. L. Pricker.

De beoordeling

1.
De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder heeft toegezegd tot drie maanden na uitzetting van verzoekers de kosten van hun medische behandeling te vergoeden. Verweerder heeft daartoe afspraken gemaakt met de [kliniek 1]. Verzoekers zijn daar na aankomst in hun land van herkomst ook naar toegebracht en hebben daar verbleven doch zijn op enig moment vertrokken. Of dat vertrek vrijwillig of onvrijwillig was, daarover verschillen partijen van mening.
Ter zitting van de voorzieningenrechter is afgesproken dat verzoekers zich (wederom) tot de [kliniek 1] zouden wenden, ter behandeling. Uit de nadien toegezonden stukken is de voorzieningenrechter gebleken dat verzoekers inderdaad naar de [kliniek 1] zijn gegaan, doch dat ze aldaar niet zijn opgenomen. Wat de reden daarvoor is, is thans niet duidelijk. Op dit moment is ook niet te achterhalen hoe de situatie ter plaatse is, omdat geen objectieve waarnemingen mogelijk zijn. Verweerder heeft de rechtbank bericht dat zondag iemand zal afreizen om ter plaatse polshoogte te gaan nemen en een en ander te begeleiden. Dat geeft thans echter nog geen duidelijkheid. Omdat, mede gelet op de toezegging van verweerder, wel vast staat dat verzoekers medische behandeling nodig hebben en niet verder gewacht kan worden tot (vermeende) problemen met de [kliniek 1] zijn opgelost, zal de voorzieningenrechter een ordemaatregel treffen.
De voorzieningenrechter zal de voorziening treffen dat verzoekers zich vanaf heden mogen melden in de [kliniek 2] teneinde zich aldaar vooralsnog te laten behandelen. De kosten van de medische behandeling zullen voor verweerder zijn.
De voorzieningenrechter verzoekt verweerder hem zo spoedig mogelijk nader te berichten over de bevindingen van het bezoek van zijn vertegenwoordiger en welke gevolgen dat moet hebben voor de thans getroffen voorziening.
De voorzieningenrechter acht verder termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb en verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten, welke zijn begroot op € 944 aan kosten van rechtskundige bijstand. Van andere kosten in dit verband is niet gebleken.

De beslissing

De voorzieningenrechter
- wijst het verzoek toe;
- bepaalt dat verzoekers zich vanaf heden mogen melden bij de [kliniek 2] en dat verweerder de kosten van de medische behandeling vergoedt tot maximaal drie maanden na de datum van uitzetting;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers ten bedrage van € 944.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.P.L.M. van Dam, griffier.
De griffier, De voorzieningenrechter,
Uitgesproken in het openbaar op 16 augustus 2013.

Rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.