Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 augustus 2013 in de zaken tussen
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, verweerder,
Als derde-partij heeft aan het geding van eiser sub 1 deelgenomen: 3VE OG BV.
het college van burgemeester en wethouders van Katwijk.
Procesverloop
Overwegingen
Ingevolge het tweede lid kunnen gedeputeerde staten, in een geval als bedoeld in het eerste lid, binnen de in dat lid genoemde termijn met betrekking tot het betrokken onderdeel van de beschikking op de aanvraag aan het bevoegd gezag een aanwijzing als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 4.4, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geven, ertoe strekkende dat het onderdeel geen deel blijft uitmaken van de beschikking op de aanvraag die is gegeven.
Op grond van het vierde lid wordt indientoepassing is gegeven aan het eerste tot en met derde lid, de beschikking op de aanvraag tegelijkertijd en op dezelfde wijze met het besluit, houdende de aanwijzing, bekendgemaakt. In afwijking van het eerste lid geschiedt die bekendmaking binnen zeven weken na de toezending, bedoeld in dat lid.