ECLI:NL:RBDHA:2013:12172
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij herhaalde asielaanvraag wegens veranderde omstandigheden
Verzoeker diende een herhaalde asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag was afgewezen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigden deze afwijzing. Verzoeker stelde dat een interim measure van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) ten aanzien van zijn echtgenote een veranderde omstandigheid vormt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de interim measure, hoewel een voorlopige maatregel en niet direct voor verzoeker getroffen, wel degelijk een veranderde omstandigheid is die een redelijke kans van slagen van het beroep niet uitsluit. Dit omdat verzoeker en zijn echtgenote gezamenlijk een eerste asielaanvraag deden en de uitspraak van het EHRM over de echtgenote ook relevant kan zijn voor verzoeker.
De procedure bij het EHRM was nog niet afgerond, waardoor niet op het beroep zelf kon worden beslist. Daarom werd een voorlopige voorziening toegewezen die de uitzetting van verzoeker verbiedt tot vier weken na de uitspraak op het beroep. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na uitspraak op het beroep.