ECLI:NL:RBDHA:2013:13157
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken uitzonderlijke situatie in Libië
Eiser, een Libische nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door verweerder werd afgewezen. De rechtbank bevestigt dat verweerder zich terecht baseerde op ambtsberichten en rapporten van de VN Veiligheidsraad waaruit blijkt dat in Libië geen sprake is van een uitzonderlijke situatie met wijdverspreid willekeurig geweld zoals bedoeld in artikel 15-c van de Definitierichtlijn.
Eiser stelde dat hij risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro door milities vanwege zijn persoonlijke omstandigheden en verwees naar diverse rapporten die geweld in Libië documenteren. De rechtbank oordeelt echter dat deze rapporten vooral incidenten tussen rivaliserende groepen en gericht tegen specifieke doelwitten beschrijven, en niet een algemene situatie van willekeurig geweld.
Verder concludeert de rechtbank dat eiser geen aannemelijk risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer, mede omdat hij niet op een lijst van gezochte Gaddafi-sympathisanten staat. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.