ECLI:NL:RBDHA:2013:13527
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende specifiek risico op onmenselijke behandeling in Libië
Eiser, een Libische asielzoeker met een donkere huidskleur en behorend tot de Haussa-minderheid, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege de oorlog en discriminatie in Libië, met name gericht tegen personen met een donkere huidskleur, risico liep op onmenselijke behandeling zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank stelde vast dat het asielrelaas van eiser geloofwaardig was, maar dat dit onvoldoende is om automatisch als vluchteling te worden aangemerkt. De algemene situatie in Libië en de positie van personen met een donkere huidskleur zijn niet zodanig dat zij systematisch worden blootgesteld aan onmenselijke behandeling.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende specifieke, onderscheidende kenmerken had aangevoerd die een reëel risico op een dergelijke behandeling aannemelijk maken. De enkele algemene discriminatie en het feit dat eiser Libië verliet vanwege de oorlog waren niet voldoende. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en wees erop dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij de Raad van State. De beslissing werd op 9 oktober 2013 uitgesproken door rechter Schaaf.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk gemaakt risico op onmenselijke behandeling.