ECLI:NL:RBDHA:2013:13698
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsvragen over het beroep op Zuid-Koreaans staatsburgerschap door Noord-Koreaanse asielzoeker
De rechtbank Den Haag behandelt in deze zaak vragen over de juridische en feitelijke aspecten van het beroep op het Zuid-Koreaanse staatsburgerschap door personen afkomstig uit Noord-Korea. Dit betreft onder meer de toepasselijke wetgeving en het beleid in Zuid-Korea, de wijze van vaststelling van herkomst, en de procedure voor het verkrijgen van het staatsburgerschap.
Daarnaast vraagt de rechtbank naar de gevolgen voor de asielzoeker en diens familieleden in Noord-Korea bij een geslaagd of mislukt beroep op het Zuid-Koreaanse staatsburgerschap. De rechtbank verzoekt het Ministerie van Buitenlandse Zaken om deze vragen te beantwoorden, mede door overleg met de Nederlandse en Zuid-Koreaanse diplomatieke vertegenwoordiging.
De vragen zijn gesteld in het kader van de behandeling van beroepen van Noord-Koreaanse asielzoekers die door de Nederlandse overheid worden geconfronteerd met de tegenwerping dat zij zich in redelijkheid op het Zuid-Koreaanse staatsburgerschap kunnen beroepen. De rechtbank wil inzicht in de relevante procedures, bewijsvereisten, afwijzingsgronden en verblijfsstatus gedurende de procedure.
Uitkomst: De rechtbank verzoekt het Ministerie van Buitenlandse Zaken om nadere informatie over het beroep op Zuid-Koreaans staatsburgerschap door Noord-Koreaanse asielzoekers.