ECLI:NL:RBDHA:2013:13849
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek onmiddellijke invrijheidstelling wegens overschrijding strafmaximum
De gedetineerde is veroordeeld tot gevangenisstraffen die volgens hem het destijds geldende strafmaximum van twintig jaar overschrijden. Hij vordert onmiddellijke invrijheidstelling en stelt dat de Staat onrechtmatig handelt door de strafuitvoering voort te zetten. De rechtbank stelt vast dat het Openbaar Ministerie gehouden is tot uitvoering van het onherroepelijke vonnis en dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen dit niet doorbreekt.
De voorzieningenrechter overweegt dat het OM op grond van de Aanwijzing executie weliswaar bevoegd is om in bijzondere omstandigheden de tenuitvoerlegging te staken, maar dat die omstandigheden hier niet aanwezig zijn. De gedetineerde heeft geen lopende rechtsmiddelen en eerdere verzoeken tot gratie zijn afgewezen. Een inhoudelijke beoordeling van de vermeende onrechtmatigheid van de strafoplegging behoort niet tot de taak van de burgerlijke rechter in kort geding.
De vorderingen worden afgewezen en de gedetineerde wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat onherroepelijke strafvonnissen uitgevoerd moeten worden, tenzij uitzonderlijke omstandigheden of wettelijke gronden zich voordoen.
Uitkomst: Het verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt afgewezen en de gedetineerde wordt veroordeeld in de proceskosten.