ECLI:NL:RBDHA:2013:14067
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang moeder en kinderen
Verzoekster, moeder van twee jonge kinderen, vroeg maatschappelijke opvang aan omdat zij en haar kinderen dakloos waren. Haar dochter [A] heeft de Nederlandse nationaliteit, terwijl verzoekster en haar andere dochter geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben. Verweerder wees de aanvraag af vanwege het ontbreken van een rechtmatig verblijf.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de kinderen, vanwege hun leeftijd en kwetsbaarheid, bijzondere bescherming genieten onder artikel 8 EVRM Pro. Het onthouden van opvang bedreigt hun fysieke en psychische integriteit en ontwikkeling ernstig. Ook verzoekster heeft recht op opvang om haar zorg- en opvoedingstaken te kunnen vervullen.
De weigering tot opvang is niet in balans met de belangen van verzoekster en haar kinderen. Er is geen sprake van een alternatieve voorziening zoals pleegzorg. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen, waarbij verweerder binnen een week maatschappelijke opvang moet realiseren voor verzoekster en haar kinderen tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Verweerder wordt bevolen binnen een week maatschappelijke opvang te realiseren voor verzoekster en haar kinderen tot zes weken na de beslissing op bezwaar.